26
feb
2018
0

Waarom ‘stuur’ jij als leidinggevende? Wat zegt dat over jou?

 

Neurologische principes en biologische oorsprong achter micro-management

Onlangs sprak ik met een senior manager, die zijn functie als algemeen directeur ingewisseld had voor een baan als commercieel directeur in een nieuwe organisatie. Zijn voorliefde en affiniteit lag meer in de commerciële hoek dan in het aansturen van een bedrijf in het algemeen. Maar commercieel directeur betekende in zijn geval ook meer management-achtige taken waaronder mensen aansturen en begeleiden. Iets wat hij in eerder jaren veel gedaan had, maar al lange tijd niet meer. Kortom; hij wilde actueel inzicht in psychologie en menselijk gedrag.

Hulpvraag; hoe kan ik me niet meer bemoeien?

Hij kwam bij mij om eens te sparren over zijn eigen valkuilen die hij bij zichzelf kende als manager. “Ik ben geneigd om me enorm met mensen te gaan bemoeien. Wat ze doen, hoe en wanneer. En ik weet dat dat absoluut niet meer kan”. Of ik hem kon helpen zich niet meer met mensen te bemoeien, want dat was uit den boze zo had hij gelezen in actuele management literatuur. “Daarbij, ik loop er zelf helemaal op leeg qua energie, en zadel mezelf op met operationele taken omdat ik ze door mijn bemoeienis naar me toe trek”, zo vertelde hij. “Dus, me niet meer bemoeien met mensen, hoe doe ik dat?”

Als mensen bij me komen met een heel stellige idee of een overtuiging, is mijn eerste reactie automatisch om die overtuiging in twijfel te trekken. Bemoeien, is dat per definitie slecht? Ik geloof dat niet. Ik geloof dat het nodig is dat we begrijpen waarom we doen wat we doen: vanuit welke intentie. En op basis van dat inzicht keuzes kunnen maken wat onszelf en onze omgeving het beste dient.

Neurologische mechanismen achter management skills

Ik geloof dat we alles kunnen doen vanuit 2 basis intenties: angst of liefde. En dan niet angst als in doodsangst en liefde als in romantische liefde. Maar angst als in het activeren van ons sympathische zenuwstelsel dat ons gereed maakt voor stress situaties en gevaar: ons lichaam maakt zich klaar om te vechten (lees bemoeien) of te vluchten. En liefde, waarbij het parasympatische zenuwstelsel actief wordt en ons lichaam in de rust en herstel modus komt.

Het allerbelangrijkste verschil tussen modus ‘vechten/vluchten’ en ‘rust & herstel’ is dat we enkel in die laatste modus ons brein optimaal benutten. Dan werken al onze cognitieve functies als geheugenopslag, logisch redeneren, overzicht en abstraheren, werkgeheugen etc, op zijn best. In modus ‘vechten & vluchten’ is dit precies andersom. Allerlei functies die we nodig hebben om ‘normaal’ te functioneren, nadenken en ons gedrag te reguleren werken niet meer. Boosheid en stress maakt ons letterlijk dom.

Functie van angst

Dat heeft een hele functionele reden die we overgeërfd van onze prehistorische voorvaderen die leefden in een tijd dat de enige sociale etiquette ‘eten of gegeten worden’ was. Stond er plots een leeuw voor je neus, dan had ons lichaam alle energie en functies nodig om te vechten met die leeuw, of heel hard te rennen. Het had absoluut geen enkel nut dat we op dat soort momenten ons geheugen konden gebruiken, abstracte vraagstukken konden oplossen of dat ons imuunsysteem zou werken. Als deze zaken werden uitgeschakeld ten behoeve van ons vermogen tot vechten of vluchten.

En dat systeem is nog altijd precies hetzelfde. We staan of in standje vechten/vluchten, of in standje rust/herstel. Bij eigenlijk alles wat we doen zitten we in een van deze modus.

Angst is geen gevaar!

Echter is het zo dat ons alarm systeem in ons brein (amygdala) geen onderscheid maakt tussen een leeuw of een ‘nog te halen deadline’. Of een beer en een functioneringsgesprek. Uit onderzoek blijkt ook dat ons brein precies op dezelfde wijze reageert wanneer wij ons bezig houden met zaken die ons stress geven op ons werk, als wanneer wij ’s nachts in ons bed liggen en plotseling voetstappen horen op de gang. Stresshormonen gieren door ons lijf, onze spieren spannen aan, onze hartslag verhoogt, onze zweetklieren begin vocht te produceren ter afkoeling. Kortom, stress. Op korte termijn is dit heel functioneel, maar op lange termijn ruïneert het ons hele gestel.

Ons brein en ons lichaam kunnen geen onderscheid maken tussen angst en gevaar. En dat is waar wij onze prefrontale hersengebieden voor moeten gebruiken, -die later in de evolutie gegroeid zijn toen we van Neanderthaler naar Homo Sapiens evolueerden- waarmee we subtiele informatie en kennis kunnen interpreteren en nuanceren. Het is van essentieel belang voor de kwaliteit van ons leven (en werken) om onderscheid te maken tussen angst en gevaar. Om daarmee onze primitieve en automatische lichamelijke reacties te overstijgen.

Bewustzijn: weten wat er gebeurt terwijl het gebeurt

“Waarom bemoei je je met mensen, kun je me dat vertellen?” vroeg ik hem. Hij vertelde me uitgebreid over verschillende situaties waarin hij vastliep en gaf concrete voorbeelden. En wat ik vermoedde klopte (gelukkig), er waren twee varianten van bemoeienis- een vanuit angst en een vanuit liefde.

Hij kon zich bemoeien met mensen vanuit angst, waarin ik varianten hoorden op: dit team werkt niet afgestemd, ze begrijpen het niet goed genoeg, dit kan beter, dit gaat niet goed zo”. Of hij kon zich bemoeien vanuit liefde: vanuit zijn eigen interesse in de invulling van bepaalde projecten, vanuit zijn passie voor alles wat ging over innovatie en techniek en hierin mensen mee wilde nemen, of vanuit inhoudelijke inspiratie die hij had en zich op die manier met de inhoud van het werk van zijn collega’s ‘bemoeide’.

Eenvoudig betekent niet makkelijk

Precies die twee motieven betekenden voor hem ook ‘leeglopen’ qua energie, of opgeladen thuiskomen van zijn werk.

Het lijkt zo eenvoudig, en dat is het ook want we hebben allen in innerlijk kompas dat ons op ieder moment feedback stuurt over ‘waar’ we zijn: standje angst of standje liefde. Het is heel eenvoudig. Maar het is absoluut niet makkelijk om ons daarvan bewust te worden en er vervolgens op te anticiperen. En anticiperen betekent naar mijn mening: alles wat je uit angst doet in je leven, niet meer doen. Angstreacties laten, geen gevaarreactie bedoel ik. Als er gevaar dreigt zeg ik zeker; anticipeer daarop. Maar de echt reële gevaren zijn voor ons op dit moment in de evolutie en qua geografische locatie heel gering.

Mindfull Management

Ik stelde dus voor om niet geheel alle bemoeienis te laten, maar een training in bewustzijn te doen: weten wat hij deed terwijl hij het deed. Mindfull management. En vanuit dat weten, keuzes te maken in zijn gedrag. Alle bemoeienis vanuit angst voor zijn eigen rekening te nemen: zelf aan de slag te gaan met deze interne angst-cues en de betekenis en eventuele oorsprong te achterhalen. Pas ‘bemoeien’ als je echt weet dat er gevaar voor de organisatie ontstaat. En de bemoeienis uit voorliefde, inspiratie, interesse of innovatielust, zeker te uiten. Te delen waarom (vanuit welke intentie) hij zich kwam ‘bemoeien’ en af te stemmen in hoeverre deze bemoeienis welkom en gepast is.

Onze volgende stap in de evolutie

Angst en liefde is eigenlijk het kompas waarop we ons hele leven baseren. Onbewust of bewust. Het gaat allemaal om bewustworden: weten wat er gebeurt terwijl het gebeurt. Want wat we ons bewust worden kunnen we veranderen. Bewustwording bevrijd ons van onze lichamelijke angstpatronen die niets met gevaar te maken hebben. En het is iets wat we op ieder willekeurig moment kunnen weten: wat gebeurt er nu, hier, in mij? Ik zie werelden veranderen op het moment dat mensen zichzelf deze vraag kritisch doch geduldig blijven stellen en er op anticiperen. Op deze manier zetten we een volgende stap in de evolutie.